|
|
 |
 |
 |
|
Bert Ernie |
|
|
|
Altijd als je pech hebt, he Ernie, dan gaat het daarna altijd weer beter.
Ja, want achter de wolken daar schijnt altijd de zon. Nee, das niet waar. Dat is niet waar, Ernie. Nee? Nee, nee nee nee. Want 's avonds is de zon toch ook weg?
O, ja. Maar waar is die dan naar toe, Bert? Ja, dat is veel te moeilijk om het jou uit te leggen, Ernie. Omdat ik het zelf ook niet zo goed snap.
Maar Oom Rudolf die heeft mij dat een keer uitgelegd. Die heeft op zijn bureau een soort bal staan en die zit vast in een soort haak. Niet helemaal vast, want je kan nog draaien aan die bal. En op die bal,
Ernie, daar zijn alle landen van de hele wereld op getekend. Ook de Noordpool waar Zipje en Zopje naar toe gingen. Ook. Ja, helemaal schuin boven aan. Maar waarom zijn al die landen op een bal getekend Bert? Waarom niet op een mooi groot
stuk papier? Een mooi groot oud stuk behangpapier ofzo. |
|
|
 |
Nou, omdat de... omdat de hele wereld eigenlijk ook een bal is. Een, een hele grote. Alleen noemen ze hem geen bal maar ze noemen hem bol... de wereldbol.
Wat is dat dan Bert, de hele wereld?
Alles. Alles. Nee, niet alles. Maar wel veel. Alle landen enzo en de zee. Ooo.
Ja en alle mensen van de hele wereld wonen op de hele wereldbol. O, maar mensen die onderaan wonen, vallen die er dan neit af? Nee... Of nee, nee. Ik had eens een keer een bal en die was in een mierennest gerold en toen zat ineens die hele bal vol met mieren.
Ook onderaan en ze vielen er niet af. Nee, maar de wereldbol die zweeft los rond in het heelal.
Wat is dat nou weer? Het heelal? Dat is helemaal alles... helemaal alles.. als je omhoog in de lucht kijkt en dan altijd maar... helemaal alles.
.. door en door en door. Tot aan de zon en de maan en de sterren. Nog verder. Nog verder!
Nog verder? En de hele wereld die draait om de zon heen. Zeg Ernie, zullen we maar niet over iets anders praten,
want ik word er nou een beetje duizelig van. O, ik snap het al. Ja, ik niet... 's Avonds als het donker is, dan zit de zon achter de wereldbal. Kijk als ik nou mijn voetbal. Ja? Wacht. O waar heb ik... ja hier... als ik die nou voor de lamp houdt... Doe dat lampje even aan Bert. Waarom? Het is toch licht?
Nou, doe dan even de gordijnen dicht. Doe nou even!! Zo? Ja. Zie je wel. Kijk, nou houd ik mijn bal ervoor... voor dit lampje. Ja?
En nou is het aan die kant donker... Ja, maar aan de andere kant is het licht.
O, ja. Doe het lampje eens uit, Bert. Zo, wat nu? Ja nou is het overal donker. |
 |
|
|
 |
|