|
O ja Ernie ik moet je dat ook nog vertellen. Toen ik net boodschappen deed, heb ik niet alleen met Clara gepraat. Clara de Duif. Ja. Clara de Duif, zo heet ze toevallig Roekoe roe roekoe Roekoe roe roekoe Maar stil nou even. Stil nou even, stil nou even Ernie. Want daarna... er is nog iets ergs gebeurt
. Ow Ik ben gevallen. Ik ben gevallen daarna. Woei, heb je pijn? Nee dat valt wel mee, maar... ja... nee... ik gleed uit over een
banenschil. Die had iemand op straat neergegooid. Wat gemeen om dat te doen! Zagen ze je aankomen lopen en hebben ze toen gauw een banenschil op straat gelegd?
Wat gemeen! Nee, die banenschil die lag er al. Hoe weet je dat? Nou, dat doet toch niemand? Gauw een banenschil op straat leggen als ie iemand aan ziet komen. Wie doet dat nou?
Nou dat lijkt me wel iets voor Pino. Misschien heeft Pino dat wel gedaan. Deed het pijn? Dat heb je al gevraagd. O, maar ik ben vergeten wat je toen zei. Eerst deed het pijn, maar later niet meer. En het bloedde ook niet. Dan is het vast niet erg. Als het niet bloedt... Jawel!! Er kan iets ook breken van binnen in je. Maar ik had alleen maar pijn en ik
deed net of ik het niet voelde. Dus dattu. En die banaan? Welke banaan? Waar die schil eerst omheen zat. Lag die ook niet ergens? Wat stom van je Bert! Had je zo kunnen oprapen. MMmmm
Ooo, dat is vies, Ernie. Bananen van straat eten. Dat mag je nooit doen. Ow. Of wil je soms ziek worden?
Liever niet! Nou dan.
En toen je op de grond lag. Stond je toen meteen weer op? Nee, ik bleef... ik bleef lekker liggen. Want ik was moe van het boodschappen doen. Bleef je midden op de weg liggen, Bert? Ja nou... Wat gevaarlijk!
Nee nee nee ik stond toch wel meteen weer op. Ja, want als je valt dan moet je zo gauw mogelijk weer opstaan. |